Boek over het schrijven van dialogen: Mosterd voor de Maaltijd

Samen met Leonardo Pisano schreef ik een boek over het schrijven van dialogen voor fictieverhalen: Mosterd voor de Maaltijd.

– Je kunt hier de preview downloaden.
– De PDF-versie is hier te koop.

Hieronder volgt een voorbeeld:

Leg de dialogen niet uit.
Stel je kijkt naar een film en je raakt echt betrokken bij het
drama dat zich ontvouwt. Na een kwartier klinkt er een voice-over. “Zie u wat hier gebeurt, kijker? Onderkent u hoe sluw de hoofdpersoon zijn kinderen mishandelt? Hebt u gemerkt dat zijn vrouw haar kop in het zand steekt? Dit conflict is essentieel om het verhaal te begrijpen.”

Je snapt natuurlijk best waar die film over gaat. Het is je niet ontgaan wat er in de scènes is gebeurd, en je hebt geen regisseur nodig om dat uiteen te zetten. Je voelt je betutteld.

Betuttelen is precies wat je doet als je je dialogen uitlegt aan de lezer: je zegt in feite dat de lezer zelf niet kan bedenken hoe iets bedoeld wordt. De meest duidelijke vorm van deze uitleg is indien de schrijver aangeeft hoe iets is gezegd (“zei ze verdrietig” of “zei Peter cynisch”). Zorg dat je dialogen voor zichzelf spreken.

Het volgende voorbeeld is een fragment uit De bewoonde wereld van Nicci French.

‘Mam?’

‘Abigail, ben jij dat?’

‘Ja.’

‘Alles goed met je?’

Mam, ik wou je vertellen…’

‘Ik ben heel beroerd geweest.’

‘Mam ik moet je spreken, ik moet je iets vertellen.’

‘Zo’n vreselijke last van mijn maag. Ik slaap er niet van.’

Ik zweeg even. Ik haalde diep adem.

‘Wat naar,’ zei ik. ‘Ben je naar de dokter geweest?’

‘Ik loop de deur plat bij hem. Hij heeft me pillen gegeven, maar hij neemt het niet serieus. Ik slaap er niet van.’

‘Wat akelig.’ Mijn hand klemde zich steviger om de hoorn. ‘Zou je een dagje naar Londen kunnen komen?’

‘Naar Londen?’

‘Ja.’

‘Nu even niet, Abigail. Niet zoals ik me nu voel. Ik kan nergens heen.’

‘Het is nog geen uur met de trein.’

‘En je vader is ook niet goed.’

‘Wat heeft hij dan?’

‘Ach, z’n gewone kwaal. Maar waarom kom je niet eens bij ons langs? Je bent al tijden niet geweest.’

‘Nee.’

‘Wel even bellen van tevoren.’

‘Ja.’

‘Ik moet ophangen,’ zei ze. ‘Ik ben een cake aan het bakken.’

‘Ja. Goed.’

‘Bel snel weer eens op.’

‘Ja.’

‘Tot gauw dan.’

‘Tot gauw,’ zei ik. ‘Tot gauw, mam.’

Wat hier uitstekend is gedaan, is dat de lezer middels een dialoog in de vorm van een telefoongesprek informatie over de relatie tussen de hoofdpersoon en haar moeder te weten komt zonder dat dit expliciet wordt genoemd. We begrijpen uit Abigails korte antwoorden dat ze afgemeten reageert, dat hoeft de schrijver de lezer niet uit te leggen. We kunnen lezen dat de moeder van Abigail zich vooral bezighoudt met haar eigen misère, en geen oren heeft naar hetgeen haar dochter haar probeert te vertellen. Ook hier geeft de auteur geen instructies bij. Abigail heeft halverwege het telefoongesprek de moed opgegeven; haar moeder luistert niet. Deze conclusie wordt door de lezer zelf getrokken, niet door de auteur voorgelegd. Merk ook op dat in dit voorbeeld nauwelijks dialooglabels worden gebruikt.

Advertenties

Één reactie Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s